Het sluizencomplex.
De Haandrik bij Gramsbergen

Uit de krant van 22 januari 1970 (redacteur Harry Wonink)

Soms glijdt hij met trage golfslag tussen de oevers door, andermaal dondert hij als een stampende door de opening van de stuwsluis, of versplintert met angstaanjagend geraas honderden ijsschotsen tegen de pijlers van de spoorbrug: De Vecht, waar hij vanuit Duitsland, twee kilometer op Nederlands gebied, bij De Haandrik de eerste stuwen en sluizen tegenkomt.

Jan Bril (42 jaar) zegt het volgende erover:"Voor de mensen die hier langskomen is het zo een rivier. Maar voor mij? Voor mij leeft ie, is de Vecht elke dag weer anders. Ik houd van deze rivier."

Jan Bril, de sluiswachter van De Haandrik, even ten noorden van Gramsbergen, regeert als een koning over zijn kleine eilandje, dat wordt begrensd door de Vecht, het Overijssels kanaal en de spoorlijn Gramsbergen - Coevorden. Hij beseft de verantwoordelijkheid van zijn taak. "Als ik mijn werk niet goed doe, staan Vroomshoop en Almelo in een mum van tijd onder water!" Jan regelt daar, op De Haandrik de waterstand van het Overijssels kanaal.

Vanuit de logeerkamer, op de bovenverdieping, heeft men een uitstekend overzicht op de waterlopen. Recht tegenover, snijdt het Coevorder-Vechtkanaal door de weiden, naar het noorden naar Coevorden. Schuin er voor langs, van rechts komend, uit Duitsland en links langs het huis onder de spoorbrug door in de richting van Gramsbergen en Hardenberg, kronkelt als een machtige watermassa, de Vecht. Rechts van het huis, begint het Overijssels kanaal dat langs Gramsbergen, Hardenberg, Beerzerveld en Vroomshoop, Almelo bereikt en daar in verbinding staat met het Twentekanaal.

Waar dit kanaal in de Vecht uitmondt, staat een keersluis in het water, waarvan de deuren bij hoge standen dicht gaan. Want al wordt dit vaarwater dan door de Vecht gevoed, te veel water zou noodlottig zijn voor de omliggende landerijen en aanliggende plaatsen. Indien het Vechtwater lager zakt, dan dat in het kanaal, gaan ook de kleine deuren van de keersluis dicht, zodat de Vecht het water niet weer terug kan nemen.

Achter de spoorbrug, in de richting van Gramsbergen, staat het stuwhuis dwars in de Vecht. Daar bruist het water brullend door de openingen als de schotten er zijn uitgehaald. "Vroeger waren we hier de eerste stuw in de Vecht. Sinds enkele jaren zijn er ook twee elektronische stuwen in het Duitse deel bij Hoogstede. Dat heeft het werk hier wel veranderd", vertelt Jan Bril, "want vroeger steeg het water heel geleidelijk, bij dooi of na zware regenval. Nu komt het ineens opzetten en je moet dan ook geregeld de waterstanden controleren. Om op tijd maatregelen te kunnen nemen: De keersluis naar het kanaal dicht, of de schotten eruit, in de stuwsluis!"

Jan vertelt dat hij een aantal jaren geleden bij de sluizen een angstig avontuur heeft meegemaakt, "Ik zag een vrouw overboord vallen en haar man, de schipper, had niets in de gaten. Ik schreeuwde en hij rende naar achteren en kon zijn vrouw nog net bij de schouders pakken. De man moest echter weer loslaten. Vervolgens sprong hij in de roeiboot, wist haar in te halen - ze dreef met de stroom mee - en hees haar in de boot. Nu dreef de roeiboot, echter af naar de stuw. Een kwestie van seconden en ze zouden door de opening van de stuw, in de waterval naar beneden worden gesleurd en in het kolkende water verdrinken. Even was ik radeloos, wist niet wat te doen. Toen greep ik een lange vaarboom en stootte de boot dwars in het water, zodat deze niet door de schutgaten, omlaag kon. Zo heb ik die twee, het leven gered".

Jan-Frederik Bril, Jan's vader, die twee jaar na zijn pensionering stierf, bediende 41 jaar het sluizencomplex bij De Haandrik, Jan volgt hem op en evenals zijn vader, nam hij er nooit de tijd af, om eens een vrije dag te nemen of op vakantie te gaan. Jan vertrouwt de bediening niet toe aan een ander. "Er kan zoveel gebeuren. Ik heb het eens meegemaakt, dat het water 's nachts boven 9.20m was gestegen. Ik deed toen snel de boel dicht. De volgende dag ontdekte ik dat de koeien in de weiden in het water stonden. Het bleek dat de stuwsluis in de Vecht verstopt was geraakt door een enorme massa plantenafval. Had ik 's nachts de zaak niet gecontroleerd en was de keersluis open blijven staan, dan was heel Vroomshoop onder water gelopen!"

"IJsgang?" Ja, dat brengt ook heel wat werk mee. Twee jaar geleden viel de dooi nogal onverwacht in. Meteen de stuw eruit, toen om hulp gevraagd en met het volk, alle schotten eruit gehaald en ook de peilers, zodat het ijs onder de brug door kon en niets beschadigen. Ja, het water komt nu sneller naar beneden, dan vroeger. In Duitsland had je toen veel moerassen waar het water in wegzakte. Nu is alles ontgonnen en komt het water snel de Vecht af. Helaas is er geen contact met Hoogstede. Een enkele keer, wanneer men daar een sterke val van het water verwacht, wordt ik gebeld. Dat zet ik de schotten in de stuw en komt het water weer op peil.

Op 10 mei 1940 lieten Nederlandse militairen de bruggen van de Haandrik in de lucht springen. Bijna vijf jaar later, op donderdag 5 april 1945, kwamen de Canadezen. Met een aantal brencarriers naderden de bevrijders van de Duitse kant, over het Laar, De Haandrik. Om kwart over drie die middag, klonken er enkele geweerschoten, gevolgd door ehvig mitrailleurvuur. Het cafe Vechtzicht en drie boerderijen, die Duitse militairen herbergden, gingen in vlammen op. Vergeefs hadden de Duitsers geprobeerd, de spoorbrug de lucht in te laten vliegen. De ondergrondse, die in deze omgeving zeer actief was, had de lonten verwijderd...Een paar dagen later lag De Haandrik in de frontlinie. "Ja", zegt Jan Bril,"we mochten bijvoorbeeld van de Canadezen geen kachels stoken. Vanwege de rook, he?"

We steken de straat over en lopen het erf op van het huis dichtbij de stuwsluis, waar zijn ouders vroeger woonden en Jan werd geboren. Hij wijst op een schuur. Daar staat in grove groene letters:Canada! "Dat schilderden de Canadezen dien ons hebben bevrijd, er op. Al bijna een kwart eeuw bleef die herinnering aan de bevrijding bewaard."

"Je zult wel vaak de hengel uitgooien", opperde ik. "Vissen?" zegt Jan Bril. "Ik heb nog nooit een hengel in de handen gehad! Fotografie is mijn grootste hobby." Hij laat me albums vol foto's zien. Van de overstroming bij de Vilsterborg, van ijsgang op de rivier, van werkzaamheden aan het sluizencomplex. Ook de oude plaatjes van de bouw van de spoorbrug in 1918, van de slibplaat die enkele jaren geleden bij de ingang van het Overijssels kanaal ontstond. Drie maanden lang moest hij toen schutten, omdat de waterstand van de Vecht kunstmatig moest worden verhoogd, om de schepen toegang te geven tot het kanaal.

"Ja", zegt Jan Bril, "zo is het steeds wat anders. Toen die slibplaat ontstond, dreigden de schepen daarop vast te lopen. De stuwsluis in de Vecht moest toen dicht, zodat het water op een hoger peil kwam. Kijk normaal staat de keersluis bij de mond van het Overijssels kanaal open en is het peil van de Vecht en het kanaal gelijk. Toen de rivier, dus een hogere waterstand had, om de schepen over de modder heen te leiden, moest er telkens worden geschut. Drie maanden lang. Als je dan nagaat dat er per jaar zo'n vijfduizend schepen passeren...

Door al dat gedoe ontstond er een enorm gat in de oever. Enfin, later is dat allemaal in orde gekomen. Een baggermachine heeft de slibplaat weggezogen en de oever is weer in orde gemaakt."

Vanaf zondag 15 februari 1970 is de spoorbrug bij De Haandrik, die de schepen toegang verschafte tot De Vecht, gesloten. Brugwachter jan Bril behoeft niet langer meer angstvallig de treinenloop in de gaten te houden om een gaatje te vinden, waardoor de wachtende schepen, die met voor Hardenberg bestemde vracht zijn geladen, hun tocht kunnen vervolgen. Jan is erg blij dat hij voortaan de spoorbrug niet meer hoeft te bedienen. "Dat zware geval", zegt hij, "bezorgde me de zenuwen." Jan heeft al eens meegemaakt dat de oeverwand waaraan de brug was bevestigd, mee begont te geven. Uiteindelijk is het goed afgelopen maar hij bleef steeds angstig als hij de brug moest opendraaien.

Nu de brug niet meer behoeft te worden bediend, wil dit niet zeggen dat Jan werkeloos zal worden. Hij heeft daar tussen De Vecht, het Overijsselkanaal en het Coevorder Vechtkanaal, meer dan een dagtaak. Want per jaar ziet hij zo'n 5000 schepen zijn huisje passeren. Vroeger had Jan vier bazen: Rijkswaterstaat, Provinciale Waterstaat, Maatschappij Overijssels kanalen en de Spoorwegen. Hij hield alleen de eerste nog over.


Last update: 30-12-2007 by www.herdenking.nl